Subsidie voor onderzoek hartritmestoornissen


Het UMC Utrecht ontvangt 600.000 euro voor onderzoek naar hartritmestoornissen. Wetenschappers zoeken nieuwe medicijnen en willen beter voorspellen welke patiënten risico lopen op een ritmestoornis.


Het project is op 1 oktober gelanceerd, het onderzoek in het UMC Utrecht start in 2010.
EUTrigTreat-project
De subsidie is onderdeel van het vijfjarige Europese EUTrigTreat-project. Daarin krijgen vijftien Europese en een Amerikaanse onderzoeksgroep samen twaalf miljoen euro voor onderzoek naar hartritmestoornissen. Het EUTrigTreat-project wil genetische en omgevingsfactoren in kaart brengen die de vatbaarheid voor ritmestoornissen verhogen. Daarnaast willen wetenschappers graag weten welke prikkels uiteindelijk de hartritmestoornis veroorzaken. Het onderzoek moet leiden tot betere behandelingen voor patiënten.
Ionkanalen
Namens de afdeling Medische Fysiologie van het UMC Utrecht zijn bioloog dr. Marcel van der Heyden en cardioloog dr. Mathias Meine bij het project betrokken. Van der Heyden probeert nieuwe medicijnen te ontwikkelen, onder meer door te ontrafelen welke stroomdoorlatende eiwitten (ionkanalen) betrokken zijn bij hartritmestoornissen.
Kans op ritmestoornis
Samen met collega's uit vier Europese ziekenhuizen volgt Meine vanaf begin 2010 bij bestaande en nieuwe ICD-patiënten (implantable cardioverter defibrillator) gedurende twee jaar hoe groot de kans is dat ze daadwerkelijk een ritmestoornis ontwikkelen. Door die bevindingen te koppelen aan elektrofysiologisch en inspanningsonderzoek moet het mogelijk worden te voorspellen welke patiënten meer kans maken een ritmestoornis te krijgen.
Onderzoek
Aan het onderzoek zullen honderd patiënten vanuit het UMC Utrecht meedoen. Meine: 'Om één mensenleven te redden moeten we veertien defibrillatoren plaatsen. Dertien mensen krijgen de ICD dus onnodig. Zij hebben geen baat bij het apparaat en ondervinden er wel nadeel van. Die verhouding willen we verbeteren.'
Bron:UMC Utrechtht

 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Kaderhuisartsen hart- en vaatziekten



De eerste huisartsen die de kaderopleiding hart- en vaatziekten hebben gevolgd, zwaaien deze week af.

De zeventien huisartsen zijn in twee jaar tijd opgeleid tot experts op dit terrein. ‘Zij hebben klinische en wetenschappelijke bagage gekregen en zijn getraind in het adviseren van collega’s en het geven van onderwijs’, zegt Yvonne van Leeuwen, hoofddocent van de vakroep huisartsgeneeskunde in Maastricht. De afzwaaiers deden geen traditionele eindtoets, maar moesten met een portfolio laten zien wat zij nu al met hun extra kennis doen. Van Leeuwen: ‘Ze werken mee aan beleid op dit gebied, doen aan praktijkadvisering en scholing van collega’s of zijn betrokken bij de opleiding van praktijkondersteuners. Het is de bedoeling dat zij dergelijk werk één dag in de week blijven doen.’

Joke Lanphen, huisarts in Blaricum en oud-voorzitter van de KNMG, is een van de afgestudeerden. Inmiddels maakt zij onder meer deel uit van de commissie die de CBO/NHG-richtlijn cardiovasculair risicomanagement herziet (‘als voorzitter, twee andere kaderhuisartsen zijn lid’), zit zij in de regionale zorggroep cardiovasculair risicomanagement, werkt zij mee aan werkafspraken over aanvullende diagnostiek in het eerstelijns diagnostisch centrum, ‘en zoals ieder van ons ben ik betrokken bij het onderwijs.’

Als afsluiting van de opleiding hebben de zeventien huisartsen de vereniging HartVaatHAG opgericht, een expertgroep van huisartsen naar het voorbeeld van vergelijkbare verenigingen op het terrein van diabetes (DiHAG) en COPD/Astma (CAHAG).

4 november 2009    Medisch Contact


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Wat heb ik aan een GENEESMIDDELENPASPOORT?

Een geneesmiddelenpaspoort is een reisdocument, dat de apotheker op uw verzoek maakt. Hierop staan uw naam, geboortedatum, adres en een overzicht van de medicijnen die u gebruikt. Dit document is van tevens toepassing als internationaal reisdocument.
Hierop staat namelijk zowel de in Nederland gebruikte merknaam als de stofnaam van de medicijnen vermeld. Dit is vooral in het buitenland van belang, omdat de stofnaam in ieder land hetzelfde is maar de merknamen vaak afwijken.
Het is nuttig dit document bij zich te dragen. In geval van nood kan de juiste medicatie direct afgelezen worden door een hulpverlener. Tevens wordt op het geneesmiddelenpaspoort bijgehouden hoeveel en wanneer er een bepaald medicijn is verstrekt. Hierdoor kan controle worden gehouden op de verstrekte hoeveelheid.
Ook kan een vreemde apotheker en arts zien welke medicijnen u reeds gebruikt en, indien er een nieuw medicijn verstrekt dient te worden, of dat past bij hetgeen reeds ingenomen wordt. Hierdoor ontstaan er geen problemen bij de inname van de medicijnen.
Verder heeft u bij de douane een speciale verklaring nodig van een arts als u medicijnen gebruikt die onder de opiumwet vallen. Zo’n verklaring is ook handig als u injectiespuiten of - naalden meeneemt.
Het zou raadzaam zijn om bij een volgend bezoek aan uw apotheker eens te informeren over het geneesmiddelenpaspoort.
U krijgt het gratis, het is een service van uw apotheek.



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Minder mensen voor hartinfarct in ziekenhuis
Het aantal mensen dat met een acuut hartinfarct in een ziekenhuis werd opgenomen, is tussen 1995 en 2005 met bijna een derde gedaald. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2005 belandden 12 mensen per 10 duizend inwoners van Nederland met een acuut hartinfarct in het ziekenhuis. De daling was bij mannen (34%) sterker dan bij vrouwen (27%). Een mogelijke verklaring voor de daling is dat steeds minder mensen een verhoogd cholesterolgehalte hebben. Dit komt onder andere door een toenemend gebruik van cholesterolverlagende medicijnen. Maar ook veranderingen in leefstijl, zoals minder roken bij mannen en minder inname van transvetzuren, spelen een rol, denkt het CBS.

Datum: 10 maart 2008 Bron: CBS, ANP


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reistips voor hartpatiënten

Reizen kost energie en kan dus een extra belasting vormen voor het hart. Voor patiënten met een hartinfarct of angina pectoris gelden geen algemene beperkingen. In principe kunnen zij reizen per vliegtuig, auto of trein. De reisplannen moeten alleen worden afgestemd op het uithoudingsvermogen.

VRAAG
Hoe kan ik mij als hartpatiënt het beste voorbereiden op mijn vakantie?

ANTWOORD
Een goede voorbereiding is belangrijk, zeker bij buitenlandse reizen. Het transport moet van tevoren worden geregeld. Het is van belang goed geïnformeerd te zijn over de aanwezigheid van trappen en loopafstanden tussen bijvoorbeeld het punt van aankomst en de verblijfplaats. Eveneens kan het van belang zijn van tevoren te weten tot welke plaatselijke artsen men zich kan wenden. De afstanden en het gesjouw op een vliegveld vallen altijd tegen. Transportbanden maken het wel gemakkelijker, maar vaak is er ergens in het traject een band uitgevallen. De vliegmaatschappijen bieden als gratis service transport per elektrisch wagentje van het vliegtuig tot de afhaalplaats bij de aankomsthal; het reisbureau moet dit van tevoren aanvragen. Het advies luidt ruim voldoende medicijnen mee te nemen, evenals de medicijnkaart en een ECG (=elektrocardiogram =hartfilmpje). Vraag zo mogelijk aan uw arts een fotokopie van de laatste medische brief over uw toestand, of, beter nog, een vertaling in het Engels of een andere buitenlandse taal. Wie onder controle staat bij de trombosedienst kan daar informeren wat voor mogelijkheden er in het buitenland bestaan.

VRAAG
Hoe kan ik het beste reizen?

ANTWOORD
De beste manier van reizen hangt vooral af van de bestemming. Overwegingen bij de keuze uit verschillende transportmiddelen zijn: Lopen is goed voor de conditie maar kan te vermoeiend zijn bij langere afstanden. Het lichaam geeft goed aan wat het kan. Wie doorgaat met wandelen, traplopen of andere activiteiten tot hij kortademig wordt gaat beslist te ver. Wie klachten in rust heeft, doet er verstandig aan alleen korte eindjes te wandelen.
Fietsen kunnen de meeste mensen vrij lang volhouden. Als men geen last heeft van ernstig hartfalen is de fiets een prima transportmiddel voor hartpatiënten.
De auto (eventueel in de vorm van een taxi) brengt iemand meestal rechtstreeks van deur tot deur. De lichamelijke belasting is zeer gering, daarom heeft de auto vaak de voorkeur bij een beperkte conditie (door hartfalen of aangeboren hartafwijkingen). Autoritten kunnen echter vermoeiend zijn, ook als men niet zelf rijdt. Probeer niet langer dan vier uur op een dag in de auto te zitten. Als de afstanden groter zijn, moet men eerder denken aan de trein of het vliegtuig of aan het rijden in etappes.
De trein en de bus hebben in principe als voordeel dat men niets zelf hoeft te doen. Daar staat tegenover dat de aansluitingen niet altijd even gelukkig zijn, met als gevolg wachttijden of overstappen. Op bushaltes is men vaak blootgesteld aan weer en wind. Als de verbindingen goed zijn, is de trein een aantrekkelijk vervoermiddel, zeker voor reizen van langer dan een uur. Het vliegtuig brengt iemand weliswaar snel van stad tot stad, maar het vervoer van en naar vliegvelden, het wachten en in rijen staan maken een vliegreis in de praktijk vaak tot de vermoeiendste manier van reizen. Van het relatieve zuurstoftekort dat in vliegtuigen kan optreden, hebben mensen met een infarct of beroerte niet méér last dan ieder ander. Echter, wie klachten heeft in rust wordt afgeraden te vliegen.

VRAAG
Ik wandel graag boven de 2000 meter. Is dat verstandig?

ANTWOORD
Hoe hoger men komt in de bergen hoe minder zuurstof er in de lucht zit. In het algemeen adviseert men mensen met angina pectoris of een hartinfarct om onder de 1000 meter te blijven.

Vraag bij uw specialist of hij in het Engels kort kan samenvatten waarom u onder behandeling bent. Bij onverwachtse opname of ziekte in het buitenland kan hierdoor snel en duidelijk uw medische geschiedenis bekeken worden.


Adressen
Voor mensen met een handicap zijn er verschillende organisaties waar u advies, ondersteuning en hulp kunt krijgen. Voor meer informatie kunt u bellen met de Informatielijn van de Nederlandse Hartstichting,
tel. 0800 - 3000 300.

Bron :Hartezorg magazine

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Handige tips voor goed medicijngebruik


Wanneer je medicijnen moet slikken, is het belangrijk dat je dat doet volgens de voorschriften van de arts en de bijsluiter van het medicijn zelf. Als je je medicijnen goed inneemt, zal het resultaat het beste zijn en is de kans op bijwerkingen het kleinst. Hieronder staat een aantal tips die je kunnen helpen om je medicijntherapie zo goed mogelijk vol te houden.

 

  • Zorg dat je goed geïnformeerd bij je arts vandaan komt. Vraag door als je meer wilt weten of iets niet begrijpt.
  • Als je nieuwe medicijnen voorgeschreven krijgt terwijl je al andere medicijnen slikt, vraag dan altijd of je die wel tegelijkertijd kunt gebruiken. Verschillende medicijnen kunnen elkaars werking beïnvloeden en of zelfs opheffen. Bovendien kunnen bepaalde combinaties van medicijnen gevaarlijk zijn voor je gezondheid.
  • Lees van tevoren de bijsluiter van je medicijnen en let goed op
    * hoe je ze moet innemen (bijv. met water);
  • *wanneer je ze moet innemen (bijv. op een lege maag of juist na het eten);
    *hoe je ze moet bewaren;
    *wat je moet doen als je ze een keer vergeten bent;
    *welke bijwerkingen je kunt verwachten.
  • Zorg ervoor dat je weet bij wie je terecht kunt met vragen over je behandeling en/of je medicijnen. Vaak is dat de behandelend arts, maar het kan bijvoorbeeld ook de apotheker zijn.
  • Als je twijfels hebt over de werking van je medicijnen, neem dan contact op met je arts of apotheker. Vertel altijd duidelijk hoe en wanneer je je medicijnen inneemt, omdat dat van invloed kan zijn op het resultaat.
  • Als je veel last hebt van bijwerkingen, neem dan contact op met je arts of apotheker. Zij kunnen je advies geven over het voortzetten van de behandeling en eventuele alternatieven voor de medicijnen die je gebruikt.
  • Gebruik nooit medicijnen van iemand anders. Wat goed is voor een ander, hoeft bij jou niet dezelfde werking te hebben.
  • Let op de houdbaarheidsdatum van je medicijnen. Gebruik ze niet meer na deze datum.
  • Vergeet niet je medicijnen mee te nemen als je op vakantie gaat.
  • Pas extra op met medicijnen als je zwanger bent of wilt worden. Meld dit ook altijd aan je arts. Sommige medicijnen kunnen schadelijk zijn tijdens een zwangerschap.

  • Stop nooit zelf met je behandeling, maar doe dit uitsluitend in overleg met je arts of apotheker. Stoppen met het innemen van je medicijnen terwijl dat nog niet de bedoeling is, kan een negatief effect hebben op je gezondheid.

  • Pas nooit zelf de dosering van je medicijnen aan, maar doe dit uitsluitend in overleg met je arts of apotheker. De behandeling is precies op jouw situatie afgestemd. Als je dit verandert, kan dat nadelige gevolgen voor je hebben.

In de medicijngids op ziekenhuis.nl kun je informatie vinden over heel veel medicijnen.
Klik hier
om naar de medicijngids te gaan.

bron: gezondheidsplein



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Voltreffer.

Voor inwoners van Amsterdam en omstreken met een handicap of chronische ziekte
is er een nieuwe gids: De Voltreffer.
De Voltreffer bevat adressen en praktische informatie over zowel sportactiviteiten zoals voetbal, rolstoelbasketbal of nordic walking als creatieve activiteiten, zoals koken of keramiek.
De gids is bestemd voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke en zintuiglijke handicap en voor mensen met een chronische ziekte, patiënten en andere zorggebruikers.
De Voltreffer is het resultaat van een samenwerking tussen de gemeente Amsterdam - Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling en MEE Amstel en Zaan.
Door samen te werken besparen gemeente en MEE Amstel en Zaan op de totale kosten en profiteren ze van elkaars expertise.
De Voltreffer is bedoeld voor mensen met een handicap die wel willen sporten, maar niet weten welke sporten er voor hen, gezien hun beperking, mogelijk zijn en waar zij die sporten kunnen beoefenen. De Voltreffer biedt ruim 350 activiteiten op het gebied van sport, creativiteit en andere vrijetijdsmogelijkheden.

De gids kan gratis worden opgevraagd bij: Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam, afdeling Sport,
telefoonnummer: 020 - 552 2490
of per email: sportservice@dmo.amsterdam.nl
en bij MEE Amstel en Zaan, afdeling Informatie & Communicatie, telefoonnummer: 020-5127272 of via de website:
www.meeaz.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwe dottermethode redt levens

 

Patiënten met meervatslijden stenten op geleide van FFR-metingen (Fractional Flow Reserve) blijkt veel beter te zijn dan via de standaardwijze: 200 minder dotterdoden. Vernauwingen kransslagaders Vernauwingen in de kransslagaders komen veel voor. Ongeveer 25% van de Nederlanders ouder dan 50 jaar en maar liefst 40% van de Nederlanders ouder dan 60 jaar hebben één of meerdere vernauwingen in zijn of haar kransslagaders. Het merendeel hiervan is relatief onschuldig: vernauwingen die niet gepaard gaan met zuurstofgebrek geven geen klachten en kunnen goed behandeld worden met medicijnen. De kans dat zo’n vernauwing leidt tot dood of hartinfarct is kleiner dan 1% per jaar. Het plaatsen van een stent (een metalen buisje dat in een bloedvat wordt geplaatst met het doel dit kanaal open te houden) is dan niet nodig en geeft onnodige kans op complicaties. Zuurstofgebrek Een deel van de vernauwingen leidt echter wél tot zuurstofgebrek in de achter de vernauwing liggende ader. Het zijn juist deze vernauwingen die klachten geven (angina pectoris) evenals de kans op hartinfarct of dood. Door zulke vernauwingen te stenten, wordt de kans op dood of hartinfarct juist verminderd. Het is dus belangrijk een betrouwbare methode te hebben om zeer nauwkeurig voor iedere vernauwing apart specifiek te kunnen vaststellen of deze vernauwing zuurstofgebrek geeft of juist niet. Standaard versus FFR In de FAME-studie (Fractional Flow Reserve versus Angiography fot Multivessel Evaluation) werd bij 1000 patiënten op een prospectieve en gerandomiseerde wijze vergeleken hoe de resultaten waren bij het stenten van patiënten met meerdere vernauwingen. Dit betekent dat ongeveer 500 patiënten werden behandeld op de standaard wijze: elke vernauwing ernstiger dan 50% van de doorsnede van het bloedvat die de cardioloog visueel op het angiogram constateerde, werd gestent. De andere helft werd behandeld op basis van de bloeddrukmetingen voor en achter de vernauwingen (zogenaamde FFR-metingen, Fractionele Flow Reserve), waarbij uitsluitend stents geplaatst werden in vernauwingen die een ‘afwijkende’ FFR-bepaling hadden. Dit zijn de vernauwingen die gepaard gaan met zuurstofgebrek. Bevindingen Stenten bij patiënten met meervatslijden op geleide van de FFR-metingen bleek veel beter te zijn. Zowel sterfte, optreden van hartinfarct, noodzaak tot bypassoperatie of nieuwe dotterprocedure namen alle met 1/3 deel af. Bovendien was de behandeling met gebruikmaking van FFR beduidend goedkoper, nam niet meer tijd in beslag en ging gepaard met kortere ziekenhuisopname. Ook bleek bij de patiënten die met de FFR-strategie werden behandeld even vaak dat de klachten van angina pectoris volledig verdwenen waren.

Bron(nen): Catharina Ziekenhuis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ntioxidant kan ernstig hartfalen omkeren

Een geneesmiddel dat gebruikt wordt voor de behandeling van een ongeneeslijke,
erfelijke stofwisselingsziekte, blijkt ook in staat om hartschade om te keren.
Dat hebben artsen van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA)
en onderzoekers van Johns Hopkins University (Baltimore, VS) ontdekt.
Het medisch vaktijdschrift Circulation publiceerde deze resultaten.
De onderzoekers ontdekten dat de chemische stof BH4 (tetrahydrobiopterine)
hartschade kan afremmen en omkeren.
Tot nu toe wordt BH4 gebruikt voor de behandeling van fenylketonurie of PKU.
Dat is een erfelijke en aangeboren stofwisselingsziekte die veroorzaakt wordt
doordat de lever één bestanddeel van eiwitten, het aminozuur fenylalanine,
niet of voldoende verwerkt.
Tijdens dierexperimenteel onderzoek stelden de onderzoekers vast dat
BH4 niet alleen de verminderde pompfunctie na hartfalen stabiliseert,
maar ook gedeeltelijk herstelt.
Bovendien bleek BH4 de vergroting van de hartkamers af te remmen
en de groei van de hartmassa te beperken.
Ook de aanmaak van vrije zuurstofradicalen wordt door BH4 afgeremd.
Die vrije zuurstof radicalen brengen schade toe aan onderdelen van de hartcel waardoor de cel afsterft. "Het hart ondervindt duidelijk een aantal positieve effecten door de toediening van BH4," zegt dr. An Moens, verbonden aan de dienst cardiologie van het UZA.
"Uit ons onderzoek blijkt dat BH4 de schade aan de linker hartkamer afremt en zelfs kan omkeren. BH4 heeft zeer specifieke antioxiderende eigenschappen.
Meer algemene antioxidanten kunnen het gunstige effect van BH4 op bestaand hartfalen niet evenaren. Mogelijk leggen we met deze ontdekking de basis voor toekomstige therapieën die de levensbedreigende gevolgen van aanhoudende hoge bloeddruk kunnen voorkomen."
In ons land lijden meer naar schatting 2 miljoen mensen aan hoge bloeddruk.
Eén van de mogelijke gevolgen van een aanhoudende hoge bloeddruk is een groei van het hart. Hierdoor wordt de hartwand minder soepel en kunnen de vergrootte hartkamers tijdens de hartontspanning zich minder goed vullen met bloed.
Het risico op cardiovasculaire aandoeningen zoals hartfalen of een hartstilstand neemt dan met twee tot drie keer toe. Goede bloeddrukcontrole is essentieel om de evolutie naar hartfalen te voorkomen. De helft van de mensen met een hoge bloeddruk wordt niet of onvoldoende behandeld. Eerder forceerden dezelfde onderzoekers al een doorbraak in het beperken van hartschade na een hartinfarct met foliumzuur.
Foliumzuur verhoogt de hoeveelheid BH4 in de vaatwand. Het onderzoeksteam gaat nu verder onderzoeken wat het effect is van combinatietherapie met vitaminesupplementen zoals foliumzuur en vitamine C. Nog dit jaar starten ze patiëntenstudies op.

Bron:artsennet


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Veel onduidelijk over werkhervatting na operatieve ingreep

Het VU Medisch Centrum start een groot onderzoek om te komen tot een richtlijn voor postoperatieve adviezen. Artsen geven nu vaak onduidelijk of tegenstrijdige adviezen na een operatie en hebben behoefte aan betere afstemming over werkhervatting na een chirurgische ingreep. Er is veel onzekerheid bij patiënten en hun werkgevers over wat wel en niet kan. Eén oorzaken is onvoldoende kennis bij huisartsen, bedrijfsartsen en gynaecologen over het effect van operaties op het herstel en terugkeer naar werk. Verder is er te weining afstemming tussen de artsen en is er weinig bekend over problemen die patiënten ervaren bij fysiek en mentaal herstel na een operatie.

Geen duidelijke richtlijnen.
Uit onderzoek blijkt dat er geen duidelijke richtlijnen bestaan hoe mensen na een chirurgische ingreep weer aan de slag kunnen. Gevolg hiervan is dat mensen te lang uit het werkproces blijven en er grote risico’s zijn op structurele uitval uit het arbeidsproces.

Arbeidsongeschiktheid

Ook geeft onderzoek aan dat langdurige arbeidsongeschiktheid bijdraagt aan een slechte gezondheid en een minder psychisch welbevinden en zelfs een verhoging van het mortaliteitscijfers. Ondanks al deze negatieve effecten van te late werkhervatting wordt door de behandelend specialisten weinig aandacht besteed aan werkhervatting. Zij lijken onvoldoende op de hoogte te zijn van de fysieke belasting van de verschillende beroepen.

Overleg over werkhervatting
Daarnaast hebben de behandelende specialisten in de periode voor, tijdens en na de
operatie onderling geen contact over werkhervatting van de patiënt. Naast het gebrek aan goede informatie is de patiënt vaak ook onzeker over het postoperatieve herstel en belastbaarheid bij het werk. Het onderzoek moet leiden tot een mulitdisciplinaire richtlijn en een patiëntenweblog. Op de weblog kunnen patiënten ondersteuning op maat krijgen en ontvangen zij duidelijke adviezen over werkhervatting. ZonMw bekostigt het onderzoek welke in 2010 afgerond wordt.

Bron(nen): VU Medisch Centrum

Publicatie datum: 10-02-2009


 

 

 

 

| Contact Us | ©2000 De Hart&Vaatgroep Noord-Holland en Flevoland.. designed by e.lan.