Wat is een hartinfarct?

Wat is een hartinfarct?
Een opeenhoping van cholesterol, kalk en klontertjes van bloedplaatjes kan een zijtak van uw kransslagaders afsluiten. Doordat er geen zuurstof meer bij kan, sterft een deel van het hartweefsel af. Dit noemen we een hartinfarct. Hoe ernstig uw hartinfarct is, hangt af van de grootte van het aangetaste hartweefsel en de plaats. Ieder hartinfarct is anders en ook de gevolgen kunnen daarom verschillen. 
Soorten 
Acuut infarct
U voelt een heftig drukkende pijn op de borst. Deze kan uitstralen naar de kaken, armen en de rug en kan een half uur duren. De pijn gaat vaak gepaard met zweten, misselijkheid en angst.
Stil infarct
Tijdens het optreden van het hartinfarct ervaart u geen duidelijke (pijn)klachten
Advies preventie en symptomen
Oorzaken

  • Roken;
  • Een hoog cholesterolgehalte;
  • Hoge bloeddruk;
  • Overgewicht;
  • Te weinig bewegen;
  • Diabetes mellitus (suikerziekte).

Voorkom een hartinfarct

  • Rook niet;
  • Mijd passief roken;
  • Houd uw bloeddruk in de gaten;
  • Eet veel groenten en vers fruit;
  • Houd uw gewicht in toom;
  • Doe veel aan lichaamsbeweging;
  • Drink alcohol met mate;
  • Weet hoe hoog uw cholesterolgehalte is en houd het zo laag mogelijk.
  • Onderzoek
  • Voor de dotterbehandeling kan de cardioloog een hartfilmpje maken en uw bloed laten onderzoeken. Bij de dotterbehandeling van een acuut hartinfarct vallen het verdere onderzoek en de behandeling samen. Met behulp van een katheter (dun slangetje dat via de lies of een arm het lichaam wordt ingebracht) en een röntgenapparaat onderzoekt de cardioloog de vernauwing die het infarct veroorzaakte. Daarna zal hij met een ballonnetje de ader oprekken zodat de vernauwing verdwijnt. 
  • Behandelingen
  • Dotteren
  • Eerst wordt u plaatselijk verdoofd. De arts schuift vervolgens de katheter via een bloedvat op tot precies in de vernauwing. Hij blaast het ballonnetje op dat in de katheter zit. De vernauwde ader wordt daardoor wijder gemaakt en het bloed heeft weer ruimte om te stromen. Nadat het ballonnetje teruggehaald is, plaatst de arts via de katheter een stent in de ader. Dat is een kokertje van gevlochten metaal. Het verstevigt de ader en zorgt ervoor dat deze niet meer terug kan veren. Hebt u pijn? Laat het uw cardioloog weten. U krijgt dan iets tegen de pijn. De behandeling duurt één tot anderhalf uur.
  • Ballonkatheter plaatsen
  • Angioseal
  • Na het dotteren wordt uw lies of arm meestal gesloten met een 'angioseal'. Dit is een plugje dat de arts in het prikgaatje in de slagader plaatst. De angioseal lost binnen drie maanden vanzelf op in de slagader. Hij hoeft dus niet meer te worden verwijderd.
  • Na het dotteren
  • De verpleegkundige maakt een hartfilmpje en meet uw bloeddruk. Ook houdt zij de insteekopening in de gaten. U mag weer eten en drinken en blijft nog vier uur op bed liggen. Daarna mag u op de stoel zitten en eventueel naar het toilet lopen. Probeer uw been zo gestrekt mogelijk te houden die dag. Als u via uw arm bent gedotterd, mag u eerder uit bed.
  • Plavix
  • U krijgt dit medicijn na het dotteren als u een stent hebt gekregen. De wand van het bloedvat groeit in de loop van een jaar weer over de stent heen. Tot die tijd heeft de stent de neiging om te stollen. Plavix, Ascal en aspirines voorkomen dit. Het is belangrijk dat u deze medicijnen blijft gebruiken, ook als u zich weer beter voelt. Na een jaar kunt u na overleg met de cardioloog stoppen met Plavix.

Nazorg
Doe rustig aan als u weer thuis bent na een dotterbehandeling

  • Houd uw aangeprikte been zoveel mogelijk gestrekt;
  • Niet te lang traplopen en staan;
  • Vanaf de eerste dag na het ontslag kunt u weer douchen. Na drie dagen kunt u weer in bad;
  • Loop de eerste dagen niet veel;
  • Bent u via uw pols gedotterd? Draag uw arm dan in een mitella. 

Medicijngebruik 
Het is belangrijk om de voorgeschreven medicijnen op de voorgeschreven tijden in te nemen. U heeft bij het ontslaggesprek een medicijnkaartje meegekregen. Hierop staat precies wanneer u de medicijnen moet innemen. Verander nooit zelf de dosis en stop nooit zelf met het innemen van uw medicijnen. Overleg hierover altijd met uw cardioloog! Als u de medicijnen trouw inneemt op vaste tijden, werken ze het beste.
Activiteiten
Met de meeste dagelijkse activiteiten kunt u na drie dagen weer beginnen.

  • De eerste drie dagen kunt u beter niet zelf autorijden of fietsen;
  • U kunt na een week weer sporten of zwaar lichamelijk werk doen;
  • Vanaf de derde dag kunt u weer seksueel contact hebben. Dat is ongevaarlijk.

Pijn op de borst?
Bij pijn op de borst kunt u het beste het volgende doen:

  • Neem Isordil of Nitrospray in;
  • Neem na 10 minuten zonodig nog een tabletje of spray;
  • Zakt de pijn dan nog niet binnen 5 minuten? Bel de huisarts, of bij hevige pijn 112;
  • Blijf rustig zitten of liggen tot de hulp arriveert.

Wanneer waarschuwt u een arts?
Bel onmiddellijk uw huisarts of 112 als:

  • er bloed uit de wond pompt of golft. Dat kan een slagaderlijke bloeding zijn. Raak niet in paniek, maar druk met uw vingers de slagader dicht of laat dit doen door een huisgenoot;
  • u plotseling een grote, blauwe zwelling in uw lies of pols krijgt;
  • u erge pijn krijgt in uw lies of pols. Als u pijn op uw borst krijgt, kunt u contact opnemen met uw eigen cardioloog.

Leefstijladviezen
Roken
Roken is een belangrijke risicofactor om een volgend hartinfarct te krijgen. In het ziekenhuis is er waarschijnlijk met u gesproken over het ’Stoppen met roken protocol’. Misschien doet u daar aan mee. Als het u niet lukt om te stoppen of u bent daar bang voor, zoek dan steun. U kunt contact opnemen met de huisarts, die eventueel medicijnen kan voorschrijven om de ontwenningsverschijnselen te bestrijden. Ook zijn er intensievere begeleidingsprogramma’s voor het stoppen met roken.
Autorijden
Voor het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen) is iemand na een hartinfarct in ieder geval vier weken ongeschikt om auto te rijden. De reden van het verbod op autorijden heeft te maken met concentratie. Na een hartinfarct kunt u zich mogelijk minder concentreren. Ook bent u tijdens die periode niet verzekerd. Als u de eerste keer weer gaat autorijden, is de aanbeveling om iemand mee te laten rijden en een bekende route op een rustig tijdstip te kiezen.
Werken
Na een hartinfarct wordt aangeraden minimaal vier weken niet te werken. Deze periode kunt u goed gebruiken om te herstellen. Niet alleen lichamelijk herstellen, maar ook herstellen van een stressvolle en vaak emotionele periode. Tijdens deze periode kunt u in overleg met uw bedrijfsarts van de Arbodienst een plan opstellen om weer terug te keren in het arbeidsproces.
Vaak weten collega's of uw baas niet hoe ze moeten reageren op uw hartinfarct. Ze sturen vaak kaarten of een fruitmand en laten verder niets van zich horen. Veel mensen vinden ziekte eng en willen dat het liefste vermijden. Dit geldt zeker voor een hartinfarct. Het is daarom verstandig contact te houden met de werkvloer.
Op vakantie
Wij raden u aan om de eerste vier weken niet op vakantie te gaan. Na deze periode is dit geen probleem, zelfs met het vliegtuig, maar met een lange inspannende reis is het verstandig nog een poosje te wachten. De lange wachttijden bij balies of de douane, inspannende tochten en veel regelwerk kunnen extra vermoeiend zijn. Neem voldoende medicijnen mee en uw geneesmiddelenkaart waarop uw medicijnen staan vermeld. Dit om problemen bij de grens te voorkomen. De geneesmiddelenkaart ontvangt u bij ontslag uit het ziekenhuis.
Voeding
Na een hartinfarct hoeft u geen dieet te volgen, maar krijgt u een advies over gezonde voeding. Deze adviezen gelden dus niet alleen voor hartpatiënten, maar voor iedereen. Hier beperken wij ons tot de risicofactoren voor hart- en vaatziekten, waar voeding invloed op kan hebben. Dit zijn de risicofactoren:

  • Te hoog cholesterolgehalte;
  • Hoge bloeddruk;
  • Overgewicht.

Te hoog cholesterolgehalte
Cholesterol is een vetachtige stof, die het lichaam zelf aanmaakt. Een te hoog cholesterolgehalte is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Na een hartinfarct moet het cholesterolgehalte altijd omlaag. Dit om een volgend hartinfarct te voorkomen. Hiervoor krijgt u altijd cholesterolverlagende medicijnen (statines) en daarnaast krijgt u een voedingsadvies. Wat u eet heeft namelijk ook effect op uw cholesterolgehalte.
Verzadigde vetten verhogen het cholesterolgehalte, onverzadigde vetten zorgen er juist voor dat het cholesterolgehalte daalt. Bij een verhoogd cholesterolgehalte is het dus belangrijk om de consumptie van verzadigde vetten te beperken en te kiezen voor meer onverzadigde vetten.
Verzadigde vetten komen veel voor in dierlijke producten, zoals roomboter, margarine in een wikkel, kaas, melkproducten, vlees en vleeswaren. Ook sommige plantaardige producten kunnen veel verzadigd vet bevatten, zoals kokos. Producten zoals gebak, koekjes en snacks bevatten ook veel verzadigd vet.
Onverzadigde vetten komen veel voor in plantaardige producten zoals alle soorten olie, noten en pinda's. Maar ook in vette vis, vloeibare bak- en braadproducten, dieetmargarine en dieethalvarine zitten veel onverzadigde vetten.
Om de hoeveelheid verzadigd vet te beperken kunt u de volgende producten gebruiken:

  • Magere vleeswaren i.p.v. vette vleeswaren. Deze producten bevatten minder vet en hierdoor ook minder verzadigd vet;
  • 20+ of 30+ kaas i.p.v. 48+ kaas (Goudse kaas);
  • Halfvolle of magere melkproducten i.p.v. volle melkproducten;
  • Bij voorkeur 2x per week (vette) vis
  • Olie of vloeibare bak- en braadproducten om vlees/vis in te bereiden
  • Zoet broodbeleg zoals jam, honing of appelstroop i.p.v. hartig broodbeleg. Deze bevatten namelijk geen vet en dus ook geen verzadigd vet;
  • Ontbijtkoek, biscuitje, vruchtenvlaai i.p.v. gebak
  • Japanse mix, studentenhaver i.p.v. chips;
  • Niet vaker dan 2-3 keer per week een ei;
  • Maximaal 1x per 14 dagen orgaanvlees, garnalen of paling. 

Hoge bloeddruk
De meeste Nederlanders krijgen zo'n 9 gram zout per dag binnen. Dit is veel meer dan het lichaam nodig heeft. Als u een verhoogde bloeddruk hebt, zal de arts u aanraden om minder zout te gebruiken. Zout verhoogt namelijk de bloeddruk. Zout houdt ook vocht vast. En meer vocht betekent dat het hart meer moet pompen. Door minder zoutgebruik en bloeddrukverlagende medicatie zal de bloeddruk meestal weer dalen.
Om de hoeveelheid zout te beperken, kunt u het beste beginnen bij de warme maaltijd. Bij de warme maaltijd wordt (onbewust) vaak veel zout toegevoegd.
Kook zonder zout. Dit is vaak wel even wennen. Bouw het gebruik van zout dan ook geleidelijk af.
Enkele tips om zonder zout toch een smakelijke warme maaltijd te krijgen:

  • Kies producten die van nature al een uitkomende smaak hebben zoals: ananas, radijs, uien, knoflook, prei, paprika, appel, bleekselderij etc;
  • Maak gebruik van kooktechnieken als smoren, stoven en stomen of bereiding in de magnetron, zodat de smaak zo min mogelijk verloren gaat;
  • Voor sommige smaakmakers, zoals bouillonblokjes en aromat, zijn producten met minder zout te koop. Deze zijn meestal te vinden in de supermarkt bij de dieetproducten. Er zijn ook verschillende soorten zout beschikbaar. KCl-zout (met kaliumchloride) is beter dan NaCl- zout (met natriumchloride). Maar ook (verse) kruiden en specerijen kunnen de maaltijd een hele andere smaak geven. Pas wel op met kant- en klare kruidenmengsels zoals gehaktkruiden, kipkruiden enz: hieraan is vaak zout toegevoegd. Ook producten uit blik, pot, zakje en pakje en alle kant- en klaarmaaltijden bevatten veel zout;
  • Kies voor kaas met minder zout. Deze kazen bevatten ongeveer 25-35% minder zout dan gewone kaas. U kunt ook minder zoute vleeswaren kiezen. Goede voorbeelden zijn: filet americain, rosbief, fricandeau, kalkoenfilet en kipfilet.

Overgewicht
Overgewicht is een risicofactor voor het krijgen van hart- en vaatziekten. Dit komt doordat uw hart bij elke beweging van het lichaam harder moet werken dan wanneer u geen overgewicht hebt. Als uw arts heeft aangeraden om af te vallen, doe dit dan geleidelijk. Een crashdieet (snel veel afvallen) is juist ongezond! Afvallen vraagt veel discipline. Vraag daarom steun aan uw omgeving. De diëtist kan u helpen om uw voedingspatroon aan te passen en zo geleidelijk een gezonder gewicht te bereiken. Vraag bij uw cardioloog of huisarts naar een verwijsbrief voor een diëtist bij u in de buurt (thuiszorg of zelfstandig gevestigde diëtist).
Nacontroles
Over het algemeen mag u 2 tot 5 dagen na het hartinfarct naar huis. U krijgt een ontslaggesprek met de zaalarts. De verpleegkundige regelt de ontslagpapieren. Die bestaan uit:

  • Een ontslagbrief geschreven door de zaalarts voor uw huisarts en een kopie daarvan voor uzelf;
  • Poliklinische afspraken met de cardioloog en met de verpleegkundige;
  • Een roze kaart met daarop de medicijnen ingevuld die u gebruikt;
  • Recepten om uw medicijnen bij de apotheek te halen;
  • Een lijst met telefoonnummers die voor u van toepassing zijn.

De ervaring heeft ons geleerd dat men thuis vaak met veel vragen en onzekerheden wordt geconfronteerd. Het St. Antonius Ziekenhuis heeft daarom een uitgebreid nazorgtraject ontwikkeld. Tijdens een aantal contactmomenten kunt u uw vragen stellen en/of uw ervaringen met ons delen.
Controles na ontslag
Bij verpleegkundige
Ongeveer twee weken na ontslag heeft u een afspraak op de polikliniek bij de verpleegkundige. Tijdens dit bezoek wil de verpleegkundige weten hoe de ziekenhuisopname heeft ervaren en hoe het nu met u gaat. Er is gelegenheid voor u en uw partner (of andere direct betrokkene) om vragen te stellen en ervaringen bespreekbaar te maken. Verder maakt de verpleegkundige een hartfilmpje en meet ze uw buikomvang en uw bloeddruk.
Start hartrevalidatie
Ongeveer één tot twee weken na ontslag start de poliklinische hartrevalidatie. Tijdens de opname is de fysiotherapeut bij u op bezoek geweest en heeft met u over de hartrevalidatie gesproken. Niet iedere patiënt neemt deel aan de hartrevalidatie. Dit wordt individueel bekeken.
De hartrevalidatie houdt in dat u vier voorlichtingsmodulen volgt, waarin de cardioloog, diëtiste, maatschappelijk werker en de fysiotherapeut voorlichting geven over het hartinfarct. Ook doet u mee aan een bewegingsprogramma. Meer informatie hierover staat in de folder ‘Poliklinische hartrevalidatie’. Deze is verkrijgbaar bij de fysiotherapeut.
Telefonisch contact
Ongeveer zes weken na ontslag wordt u gebeld door een verpleegkundige van afdeling G3. Dit contactmoment is bedoeld om te horen hoe het met u gaat en om eventuele vragen te beantwoorden.
Poliklinische controle bij de cardioloog
Ongeveer drie maanden na ontslag komt u voor het eerst op controle bij uw cardioloog. Het bezoek aan de cardioloog duurt ongeveer 10 minuten. Uw cardioloog bespreekt uw ervaringen met u en zal uw medicatie zo nodig aanpassen. Bij regelmatige klachten van angina pectoris (een beklemmend, drukkend of benauwd gevoel op de borst dat vaak uitstraalt naar kaken, armen en/of rug) kan deze afspraak vervroegd worden. U kunt dit aangeven bij het contact met de verpleegkundige. Zoals eerder beschreven staat in dit boekje dient u bij angina pectoris die langer bestaat dan een kwartier, uw huisarts of een ambulance te waarschuwen.
Verpleegkundig spreekuur
Ongeveer vijf maanden na ontslag komt u nog een keer op het spreekuur van de verpleegkundige. De verpleegkundige wil graag weten hoe het met u gaat en of er nog vragen zijn. Er wordt een hartfilmpje gemaakt en uw bloeddruk wordt gemeten.
Poliklinische controle bij de cardioloog
Na ongeveer acht maanden brengt u een tweede bezoek aan uw cardioloog. Afhankelijk van hoe het dan met uw gaat bepaalt de cardioloog wanneer volgende controles zullen zijn.
Wilt u zelf contact opnemen met het een verpleegkundige of een arts? Kijk bij polikliniek Cardiologie voor de contactgegevens.
Psychosociale aspecten
Een hartinfarct is niet alleen iets puur lichamelijks, ook op psychosociaal gebied heeft het gevolgen voor u en uw naaste omgeving. Hierna gaan we in op de opname, de periode na ontslag en uw partner.
De opname
Waarschijnlijk bent u volstrekt overvallen door het infarct. U realiseert u zich nog nauwelijks welke gevolgen dit heeft op de nabije toekomst. Bij velen is er angst voor herhaling en onzekerheid over het lichaam. U vraagt zich misschien af welke risicofactoren bij u mogelijk een rol hebben gespeeld. U realiseert zich vervolgens dat u hier wat aan moet doen in de nabije toekomst.
U moet (tijdelijk) werk of andere activiteiten loslaten en moet daarmee een stuk controle uit handen geven. U kunt in deze periode emotioneel zijn, omdat u zich realiseert, dat het ook anders had kunnen aflopen. Waarschijnlijk ben u in deze periode erg op uzelf gericht. U bent aan het ’overleven’ en realiseert zich vaak niet, wat de impact van het gebeurde is op de naaste familie.
Periode kort na ontslag
In het ziekenhuis werd u goed in de gaten gehouden. Dag geeft een veilig gevoel. Eenmaal thuis kunt u zich ineens weer onzeker en angstig voelen. Door onzekerheid en angst kunt u prikkelbaar zijn, wat u vaak op de partner of andere naasten afreageert. De afhankelijke positie, mede doordat u niet mag autorijden, kan invloed hebben op uw stemming. De verwerking van het hartinfarct komt in deze fase op gang. Het is goed om hierover te spreken met uw naasten. U bent mogelijk meer emotioneel dan voorheen.
De onzekere toekomst kan gevoelens van somberheid met zich mee brengen. Belangrijk is dat u een dagprogramma maakt, met hierin voldoende ruimte voor rust, maar ook voor lichte activiteiten, zoals een dagelijkse wandeling. Terugkijkend op de periode voorafgaand aan het infarct zult u zich afvragen of er voortekenen zijn geweest en welke risicofactoren mogelijk een rol hebben gespeeld. Vervolgens moet u een begin maken met het beperken van deze risicofactoren. De onzekerheid over uw lichamelijk functioneren kan gevolgen hebben voor uw seksuele relatie. Zowel uzelf als uw partner kunnen hier last van hebben. Ook hebben bepaalde medicijnen soms invloed op de potentie. Door al deze veranderingen kan het evenwicht in de relatie met uw partner tijdelijk verstoord raken. Belangrijk is om met elkaar in gesprek te blijven over alles wat speelt. Zeker wanneer u risicogedrag moet aanpakken (bijvoorbeeld stoppen met roken) kan dit stress geven bij beide partijen.
Uw partner
De periode van opname is meestal erg hectisch voor de partner; hij moet mogelijk van alles regelen, het huishouden/gezin draaiende houden en naar het bezoekuur in het ziekenhuis. Voor emoties is op dat moment vaak nog weinig ruimte.
De periode na ontslag is op een andere manier hectisch: u kunt misschien nog niet alleen blijven, u moet zich aan de regels houden en bent mogelijk prikkelbaar en opstandig richting uw partner. Uw partner moet bezoek ontvangen en ervoor zorgen dat u op tijd rust neemt. ’s Avonds bent u sneller moe en slaat de onzekerheid toe. Wanneer dit gepaard gaat met klachten, moet uw partner meebeoordelen of er een arts gebeld moet worden. Doordat u uit uw evenwicht bent, is de relatie ook uit evenwicht. De rollen moeten opnieuw verdeeld worden. Omdat u zo met uzelf geconfronteerd wordt is het moeilijk om voldoende oog te hebben voor de impact van het hartinfarct op uw partner.
Wanneer dan alles op een gegeven moment weer in evenwicht is en de rust weerkeert, dan kan er bij uw partner een grote vermoeidheid boven komen of lichamelijke klachten. Belangrijk hierbij is, dat uw partner goed voor zichzelf zorgt en voldoende tijd en rust voor zichzelf neemt.
Revalidatie
De adviezen die de fysiotherapeut hieronder geeft zijn algemeen. Individueel kunnen andere adviezen gelden. Als het goed met u gaat zal de revalidatie sneller verlopen, dan wanneer u een beperking ervaart met betrekking tot inspannen. Het belangrijkste is goed naar uw lichaam te luisteren. Uw lichaam geeft aan wanneer het teveel is geweest.

  • Luister naar uw lichaam (vermoeidheid, klachten); pas eventueel uw activiteiten of tempo hierop aan. U mag voelen dat u bij inspanning wat dieper gaat ademen, maar u mag niet buiten adem raken of benauwd worden. Tijdens inspanning is het belangrijk dat u een gesprek kunt blijven voeren (ademgrens);
  • Stel zware (huishoudelijke) activiteiten de eerste twee weken uit (bijvoorbeeld stofzuigen, tuin spitten of auto wassen);
  • Verdeel de activiteiten over de dag (of over meerdere dagen);
  • Neem tijdig rust en ontspanning (wissel rust en inspanning af);
  • Start met korte afstanden wandelen (bijvoorbeeld eerst een blokje om). Breid het wandelen eerst uit in frequentie en vervolgens de loopafstand;
  • Starten met buiten fietsen (als er bij de fietstest geen bijzonderheden waren): breid het fietsen eerst uit in frequentie en vervolgens de fietsafstand.
  • Als u het prettig vindt, kunt u samen met iemand bewegen.

Wat is hartfalen?
Uw hart kan door verschillende oorzaken kracht verliezen en minder goed pompen. Als de pompkracht tekortschiet, hebt u hartfalen. Doordat de pompfunctie van het hart vermindert, krijgen sommige lichaamsdelen minder bloed en kunnen er allerlei klachten ontstaan, zoals:

  • vermoeidheid;
  • vocht vasthouden;
  • een vol gevoel in de bovenbuik;
  • verminderde eetlust;
  • 's nachts vaak moeten plassen;
  • slapeloosheid;
  • verstopping;
  • koude handen en voeten

Oorzaken

Hartinfarct

De belangrijkste oorzaak voor hartfalen is een hartinfarct. Hierdoor sterft een stukje hartspier af. Zo kan het hart minder krachtig pompen.

Hoge bloeddruk

Bij een langdurige te hoge bloeddruk wordt de hartspier dikker en stijver. De pompkracht gaat zo achteruit.

Hartklepgebreken

Vernauwde of niet goed sluitende hartkleppen zorgen ervoor dat het hart harder moet werken. Zo raakt het overbelast. 

Hartritmestoornissen

Door hartritmestoornissen kan het hart te snel, te langzaam of onregelmatig gaan kloppen.

Cardiomyopathie

Dit is een ziekte aan de hartspier. Doordat de hartspiercellen een abnormale bouw en functie hebben, kan het hart minder goed pompen
Soorten
Om de mate van hartfalen aan te geven, wordt wereldwijd een klassenindeling gebruikt. Deze is gebaseerd op ademhalingsklachten van patiënten.
Klasse I
kortademigheid bij zware inspanning;
Klasse II
kortademigheid bij matige inspanning;
Klasse III
kortademigheid bij lichte inspanning;
Klasse IV
kortademigheid in rust.

Onderzoek
Uw arts luistert met een stethoscoop naar het functioneren van de hartkleppen. Ook gaat hij na of er stuwing in de aderen of vocht in uw longen aanwezig is en of de lever is gezwollen.
Verder onderzoek bestaat uit

  • bloedonderzoek;
  • een hartfilmpje (ECG);
  • inspanningsonderzoek (fietstest).

Uitgebreid onderzoek

  • een röntgenonderzoek van de borstkas;
  • echocardiografie;
  • katheterisatie. 

Behandelingen
Oorzaak wegnemen

  • wijziging levensstijl;
  • verlagen bloeddruk met medicijnen;
  • behandeling van hartritmestoornissen;
  • dotteren bij een kransslagadervernauwing.

Wijziging levensstijl

  • Rook niet;
  • Mijd passief roken;
  • Houd uw bloeddruk in de gaten;
  • Eet veel groenten en vers fruit;
  • Houd uw gewicht in toom;
  • Doe veel aan lichaamsbeweging;
  • Drink alcohol met mate;
  • Weet hoe hoog uw cholesterolgehalte is en houd het zo laag mogelijk.

Medicatie
Bij hartfalen kan uw cardioloog verschillende geneesmiddelen voorschrijven. Bijvoorbeeld medicijnen die bloedvaten wijder maken of geneesmiddelen die rechtstreeks op het hart inwerken. Ze zorgen ervoor dat uw hart beter pompt of in het juiste ritme klopt. Plastabletten zorgen ervoor dat u het teveel aan vocht uitplast. 
Bypass-operatie
Hier wordt een omleiding aangebracht langs vernauwde of afgesloten bloedvaten van een van de kransslagaders. Deze operatie heeft als doel de bloedstroom in en rond het hart te verbeteren. 
Harttransplantatie, dit is zeldzaam 
Een medische ingreep waarbij het hart van een overleden donor wordt geplaatst in een patiënt wiens hart niet meer in staat is om de patiënt in leven te houden.

Wat is een hartklepaandoening?

In uw hart zitten vier kleppen die werken als éénrichtingsdeuren. Ze zorgen ervoor dat het bloed door de hartkamers blijft stromen. Dat doen ze door op het juiste moment te openen of te sluiten. Bij iemand met hartklepaandoeningen werken één of meer kleppen niet zoals het hoort.
Uw hartklep kan door verschillende oorzaken minder goed functioneren. De klep kan vernauwd zijn of lekken. Werkt uw hartklep niet goed?  Dan kan er schade aan het hart ontstaan. Zoals hartfalen bijvoorbeeld. Dat komt doordat uw hart harder moet pompen. U kunt last krijgen van kortademigheid, pijn op de borst, onregelmatige hartslag en vermoeidheid en duizeligheid bij inspanning.  

Soorten

Aangeboren

De kleppen kunnen met elkaar vergroeid zijn. Of de kleppen zijn te groot of te klein.

Ontsteking, acute reuma en bacteriële infecties

Deze laten littekens achter op de klep. Klepdelen kunnen verkleven, vernauwd raken of gaan lekken.

Ouderdom

De kleppen kunnen door ouderdom verkalken. Ze gaan lekken of er ontstaat een vernauwing.  

Hartspieronderzoek
Bij dit onderzoek wordt de doorbloeding van uw hart in beeld gebracht. Om deze zichtbaar te maken, krijgt u een radioactieve stof in uw arm gespoten. Deze stof is ongevaarlijk. Hierna maakt de afdeling Nucleaire Geneeskunde foto's van uw hart. Dit gebeurt op twee momenten: als u rustig op een tafel ligt en nadat uw hart een inspanning levert. Dat kan door middel van een fietstest of doordat u uw armen in een bak met ijswater houdt, waardoor uw bloedvaten vernauwen. Het onderzoek duurt ongeveer vier uur
Aangeboren hartafwijkingen

Aangeboren hartafwijkingen zijn afwijkingen die tijdens de groei en ontwikkeling van het hartje van het ongeboren kind ontstaan. De meeste van die afwijkingen worden onmiddellijk na de geboorte vastgesteld, maar soms komen aangeboren hartafwijkingen pas op volwassen leeftijd aan het licht. Iets minder dan 1% van de baby's in Nederland heeft een aangeboren hartafwijking.Sommige aangeboren hartafwijkingen zijn vrij onschuldig, maar bij andere hartafwijkingen is een operatie nodig.

Hartrevalidatie
heeft als doel om patiënten zo snel mogelijk na een hartinfarct of hartoperatie weer in een zo goed mogelijke conditie te brengen. Hartrevalidatie kan u helpen uw dagelijks leven weer op te pakken en voort te zetten binnen uw nieuwe grenzen en mogelijkheden. U leert naar uw lichaam te luisteren, er weer op te vertrouwen, en met eventuele klachten om te gaan.
Binnen het St. Antonius Ziekenhuis verzorgt Fysiotherapie hartrevalidatie zowel klinisch (tijdens opname) als poliklinisch (na ontslag). Dankzij gerichte aanpak en specifieke kennis in ons ziekenhuis krijgt u een optimale behandeling, waarbij de hersteltijd zo kort mogelijk is. 
Voor wie?
Het hartrevalidatieprogramma wordt aangeboden aan patiënten die een hartoperatie of een hartinfarct hebben gehad. Ook mensen die bekend zijn met andere hartproblematiek kunnen, op verzoek van de cardioloog, deelnemen aan de hartrevalidatie.
Advies preventie en symptomen
Symptomen
De volgende symptomen kunnen optreden bij hartklepaandoeningen: 

  • Kortademigheid;
  • Pijn op de borst;
  • Onregelmatige hartslag;
  • Vermoeidheid;
  • Duizeligheid bij inspanning.

Met een gezonde leefstijl kunt u klachten voorkomen
Hieronder staan beknopt leefstijladviezen weergegeven. Deze zijn voor iedereen van belang, maar zeker voor hartpatiënten!

  • Rook niet;
  • Mijd passief roken;
  • Houd uw bloeddruk in de gaten;
  • Eet veel groenten en vers fruit;
  • Houd uw gewicht in toom;
  • Doe veel aan lichaamsbeweging;
  • Drink alcohol met mate;
  • Weet hoe hoog uw cholesterolgehalte is en houd het zo laag mogelijk.

Onderzoek
Uw arts kan een diagnose stellen met behulp van echocardiografie en hartkatheterisatie.

  • Echocardiografie: dit is een uitwendig onderzoek met echo-apparatuur.
  • Hartkatherisatie: een dun slangetje wordt in uw lichaam ingebracht via de lies of een arm. Dat slangetje heet ‘katheter’. Deze werkt samen met bepaalde röntgenapparatuur om een goed beeld te krijgen van het functioneren van de hartklep. 

Behandelingen
Ons team van de afdeling Thoraxchirurgie streeft ernaar u goed en professioneel te behandelen en te begeleiden. Dat doet zij onder andere met

  • Medicijnen;
  • Dotteren;
  • Operatie;
  • Percutane behandeling.

Medicijnen
Bij klepafwijkingen die niet ernstig zijn en waarbij sprake is van milde klachten kunnen medicijnen ervoor zorgen dat het hart minder hard hoeft te werken. Vaak krijgt u ook antistollingsmiddelen om bloedpropjes te voorkomen. 
Dotteren
U krijgt deze behandeling bij bepaalde hartklepvernauwingen. Met behulp van hartkatheterisatie kan de vernauwing met een ballon (ballondilatatie) worden opgerekt. 
Operatie
Bij een ernstige klepaandoening of als uw hartfunctie achteruitgaat, kan een operatie de enige uitkomst zijn. Er wordt dan een nieuwe klep ingebracht of de bestaande klep wordt gerepareerd. Meestal gaat het om de mitralisklep en de aortaklep. Wanneer afwijkende hartkleppen niet gerepareerd kunnen worden, zal een klepvervanging plaatsvinden. In samenspraak met de patiënt zal uw arts beslissen wat voor soort klep gebruikt zal worden om de oude klep te vervangen: een kunstklep, bioklep (dierlijke klep) of een menselijke donorklep.  
Percutane behandeling
Het gaat hier om een nieuwe techniek waarbij met behulp van een katheter (dun slangetje dat door de aderen naar het hart wordt geleid) de hartklep wordt hersteld. Dit is een alternatief voor mensen bij wie de algemene gezondheid te slecht is om via een operatie de hartklep te vervangen of te repareren.
Nazorg
Na de operatie
We houden u goed in de gaten. Voordat u het ziekenhuis verlaat, krijgt u een ontslaggesprek met uw behandelend arts. Hij geeft u uitleg over hoe uw operatie is gegaan en over leefregels voor thuis. Enkele dagen na de operatie wordt u overgeplaatst naar uw verwijzend ziekenhuis. Omdat we graag willen weten hoe het verder met u gaat hebben we een Patiënt Volg Systeem (PVS) ontwikkeld.
Belangstelling
Om uw herstelproces te volgen, ontvangt u soms een digitale vragenlijst. Hierin staan vragen over uw lichamelijke en psychisch gezondheid. Ook wordt u een week na uw ontslag gebeld. We willen graag weten hoe het met u gaat. Na drie weken komt u terug bij uw cardioloog voor een poliklinische controle. Zes weken na de operatie begint u met de hartrevalidatie in het St. Antonius of het ziekenhuis dat u heeft doorverwezen naar ons.



Bron: www.AMC.nl